SAS: Global South kan sleutelrol spelen in verantwoorde AI-ontwikkeling
Terwijl in de Benelux de discussie over AI-soevereiniteit en verantwoorde AI toeneemt, laat een nieuw rapport van SAS en het Global Center on AI Governance zien dat landen in de Global South een sleutelrol kunnen spelen in de wereldwijde AI-ontwikkeling. Met gerichte investeringen in kennis, digitale infrastructuur en inclusieve governance kunnen deze landen uitgroeien tot actieve spelers in het mondiale AI-ecosysteem.
De vraag hoe een groeiende mondiale AI-kloof te voorkomen is, stond de afgelopen weken hoog op de internationale agenda, onder meer tijdens het World Economic Forum in Davos. Het rapport Constraint to Capability: Flipping the Narrative on AI in the Global South is geschreven door Dr. Josefin Rosén, Principal Trustworthy AI Specialist bij SAS, en Dr. Rachel Adams en Selamawit Engida Abdella van het Global Center on AI Governance. Zij laten zien hoe obstakels zoals beperkte toegang tot data, infrastructuur of training zijn om te buigen tot strategische kansen. Daarvoor zijn wel de juiste beleidskeuzes en investeringen noodzakelijk.
De wereldwijde AI-kloof dreigt volgens Dr. Josefin Rosén, Principal Trustworthy AI Specialist bij SAS, een nieuwe vorm van ongelijkheid te creëren. “Maar door te investeren in AI-vaardigheden, toegang tot representatieve data en inclusieve governance-modellen, kunnen landen in de Global South een actieve en betekenisvolle rol spelen in het vormgeven van de AI-toekomst. Het draait hierbij om een perspectiefverschuiving: van beperkingen naar mogelijkheden.”
Twee strategische kansen
Het rapport benadrukt twee factoren in het bijzonder:
Een jonge, digital native bevolking – het merendeel van de wereldwijde jeugd woont in de Global South en is zeer vertrouwd met digitale technologie.
De mogelijkheid om AI-governance vanaf de basis op te bouwen – landen zonder legacy IT-systemen kunnen direct kiezen voor ethische en duurzame kaders.
Risico op eenzijdige AI-modellen
Het rapport waarschuwt dat veel huidige AI-systemen zijn gebaseerd op Westers georiënteerde modellen en niet-representatieve datasets gebruiken. Dat kan leiden tot nieuwe afhankelijkheden en beperkte zeggenschap voor landen in de Global South. Deze afhankelijkheid van eenzijdige datasets en modellen is ook relevant voor internationaal opererende organisaties in Europa en de Benelux, waar betrouwbare en representatieve AI steeds hoger op de agenda staan.
Tegelijkertijd biedt het rapport concrete oplossingsrichtingen, zoals AI-onderwijs in landelijke gebieden, investeringen in lokale taalmodellen en innovatieve samenwerkingen tussen overheid, academische instellingen en bedrijfsleven. Verder zijn er beleidsaanbevelingen gedaan voor opleiding en training, investeringen in digitale infrastructuur, datasoevereiniteit en het gebruik van synthetische data om meer groepen te betrekken bij het trainen van AI-modellen.
“De discussies tijdens het WEF in Davos onderstreepten het belang van inclusie in de mondiale AI-ontwikkeling. De bereidheid om in actie te komen is breed aanwezig. Ons rapport laat zien hoe we woorden kunnen omzetten in daden door te investeren in lokale expertise en representatieve data. Het is heel relevant om deze discussie in India te voeren, een van de meest dynamische AI-omgevingen van dit moment. We hopen bij te dragen aan een verschuiving waarbij niet de beperkingen, maar het potentieel en de capaciteit van de Global South centraal staan,” besluit Rosén.
Lees het volledige rapport hier.





